Herstellen met elektrische impulsen


Vandaag gaan we een super interessant apparaatje bekijken wat je zou moeten helpen sneller te herstel door middel van elektrische impulsen door de spieren. Het gaat om apparaatjes zoals hieronder.

compex_wireless_white_6_1024x1024

Een electric muscle stimulator van Compex

Deze ENS-apparaten zijn afgelopen jaar ineens heel gewild geworden in de sportwereld (al jaren in de medische wereld).

Een hoop topsporters gebruiken zo’n apparaat om snel te herstellen of om na een sportblessure weer zo snel mogelijk fit te zijn (een andere kunstje van dit apparaat waar we vandaag niet verder op in gaan). Zoals de naam al doet vermoeden werkt deze computer met elektrische signalen die door elektroden door de betreffende spier worden begeleid. Zo signaal zorgt ervoor dat de spier zich aanspant net als of het signaal uit de hersenen komt. De filosofie is vervolgens dat door met een lage frequentie (1-10 Hz) een soort herstelloopje word nagebootst zonder de bank af te komen. Dit zorgt ervoor de de gewrichten minimaal belast worden ten opzichte van een half uur rustig rennen, fietsen of zwemmen. De grote vraag is natuurlijk werkt dit ook echt?

 

De theorie zegt dus eigenlijk dat door de rustig aanspanningen van een spier de bloedsomloop in de spier stijgt waardoor er sneller eiwitten enz worden aangevuld en daarbij afvalstoffen na inspanning gemakkelijk worden afgevoerd. Meer bloedsomloop is een sneller herstel, dat lijkt me duidelijk en is ook de achterliggende gedachten van bijna iedere vorm van herstel bevordering. Maar dan is de vraag om de ENS-apparaten ook daadwerkelijk de bloedsomloop laten versnellen en zo ja, is dit dan significant?

 

Neric F.B. et al (2009) hebben het effect van EMS onderzocht bij getrainde zwemmers. De zwemmers hadden een gestandaardiseerde warming up met vervolgens een 200m maximale sprint. Hierna werd 1 van de 3 gekozen herstel methoden voor 20 minuten toegepast. Hierbij waren de herstel methoden uitzwemmen, EMS en rust. De uitkomst werd gemeten in lactaat in het bloed. Hierbij was duidelijk te zien dat EMS en uitzwemmen ten opzichte van rust de beste methoden waren om zo snel mogelijk van de gevormde lactaat af te komen en dus het beste herstel zou bewerkstelligen.

 

Grunovas A et al (2007) heeft het effect van EMS, Passieve voetbeweging, en rust na dynamische inspanning onderzocht. 16 lange afstand atleten werden op 75% van hun maximale kracht gevraagd dynamische inspanning te leveren tot totale uitputting. En dan na 1 van de 3 methoden dit nog maal te doen. Hierbij werd dan gemeten hoeveel minder ze de 2e keer konden. Ook hierbij scoorde EMS goed. Samen met passieve voetwegingen werd er veel minder verlies in herhalingen geconstateerd dan bij rust. Tijdens de test werd ook het slagvolume, hartslag en slagader volume in de kuit gemeten. Ook hieruit bleek dat EMS en passieve voetbeweging resulteerde inmijnde verlies dan rust.

 

Het laatste relevante artikel over EMS op het herstel dat ik heb gevonden is van A.F. Kramp (2000). Hierin in de bloedcirculatie onderzocht van EMS, bij een placebo groep, een groep met lage frequentie (4 Hz), en een groep met hoge frequentie (110 Hz). In het begin het ik vertelt dat bedrijven zoals Compex een lage frequentie aanraden voor herstel (1-10 Hz). Dit blijkt ook uit dit onderzoek waarbij na 15 minuten EMS de lage frequentie voor een significant grotere bloedcirculatie (lokaal) zorgt, en dit niet het geval is in de placebo en de hoge frequentie groep.

Conclusie

Zelf heb ik helaas geen EMS-apparaat en er dan ook geen ervaring mee, maar hij gaat zeker op mijn verlanglijst voor kerst. Het lijkt erop de de EMS-apparaten daadwerkelijk de bloedcirculatie positief kunnen beinvloeden. Significant genoeg om na een maximale inspanning het lactaat in het bloed sneller te kunnen verwijderen dan rust. In hoeverre dit dan werkt na inspanning met een warm down is wel nog onduidelijk, maar een positief effect lijkt aannemelijk.

Geschreven door Jeroen Bakker

Bronnenlijst

J Strength Cond Res. 2009 Dec;23(9):2560-7.

J Sports Med Phys Fitness. 2007 Sep;47(3):335-43.

Clin Physiol. 2000 Mar;20(2):150-7.

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *